Franz Léhar

(1870-1948) Hongaarse componist, die aan het Praags conservatorium vioolles en compositieles kreeg van Dvorák. Hij begon zijn carrière in het harmonieorkest van het leger. In 1902 werd hij kapelmeester van het Theater in Wenen. Vanaf die tijd schreef hij de ene operettena de andere. Allemaal even succesvol, zodat hij er rijk mee werd. Die Lustige Witwe en Das Land des Lächelns zijn het beroemdst geworden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Door wie laten kunstenaars zich graag inspireren?


JUIST!NIET JUIST!

Muzen

gelijkheid voor de wet

Artikel 1 van de Nederlandse grondwet luidt: 'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.'

De Algemene wet gelijke behandeling (AWGB, 1 september 1994) is een verdere uitwerking van Artikel 1.