Franz Léhar
(1870-1948) Hongaarse componist, die aan het Praags conservatorium vioolles en compositieles kreeg van Dvorák. Hij begon zijn carrière in het harmonieorkest van het leger. In 1902 werd hij kapelmeester van het Theater in Wenen. Vanaf die tijd schreef hij de ene operettena de andere. Allemaal even succesvol, zodat hij er rijk mee werd. Die Lustige Witwe en Das Land des Lächelns zijn het beroemdst geworden.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
