Carl Maria von Weber
(1786-1826) Duitse componist en pianist, die als wonderkind met het familietheater langs Duitse jaarmarkten en kermissen trok en zodoende vertrouwd raakte met de wereld van toneel. Toen hij zestien was ging hij muziek studeren en uiteindelijk werd hij directeur van het Koninklijk Saksisch Theater in Dresden. Als muziekcriticus zette hij zich in voor de Duitse en Franse opera, in de concurrentie met de Italiaanse. Zijn composities waren succesvol. Beroemde werken zijn bijvoorbeeld de opera Der Freischütz, waarin hij Duitse folklore en volksliedjes verwerkte en Aufforderung zum Tanz voor piano, waar Berlioz later een orkestratie voor maakte.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
