klimaatverdrag

Volgens wetenschappelijk onderzoek zou menselijk handelen medeverantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, in het bijzonder als gevolg van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2) door het gebruik van fossiele brandstoffen. De daardoor toenemende concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer zou leiden tot een versterking van het natuurlijke broeikaseffect en daarmee tot een geleidelijke mondiale temperatuurstijging en stijging van de zeespiegel, regionale temperatuursveranderingen, veranderende neerslagpatronen en een toenemend risico van extreme weersomstandigheden. Hoewel hierover geen zekerheid bestaat en een aantal gerenommeerde wetenschappers deze opvatting bestrijdt, hebben veel, vooral ontwikkelde landen besloten het zekere voor het onzekere te nemen, overeenkomstig het zogenoemde voorzorgsbeginsel.
Om de uitstoot van broeikasgassen af te remmen zijn afspraken gemaakt, vastgelegd in het zogenoemde Kyoto-protocol van 1997. In dit Protocol hebben de ontwikkelde landen beloofd hun uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met ten minste vijf procent te verminderen, vergeleken met het niveau van 1990. In 2009 hebben 172 landen het Protocol bekrachtigd, maar gezien hun beperkte ontwikkelingsniveau hoefden de derdewereldlanden tot dusver geen verplichtingen op zich te nemen. De Verenigde Staten hebben het Protocol nog niet (2009) bekrachtigd. De ontwikkelingslanden, waaronder China en India, hebben verklaard geen internationale verplichtingen te willen aanvaarden wat betreft de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Dat geldt ook voor een eventueel vervolg op Kyoto, dat volgens plan in 2012 in werking zou moeten treden.
Zie ook Milieutop en Duurzaamheidstop.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk meisje was zo mooi dat ze de jaloezie van Afrodite opwekte?


JUIST!NIET JUIST!

Psyche

mensenrechten

De eeuwige, onvervreemdbare rechten van de mens op grond van zijn plaats in de natuur, die door elke overheid erkend en geëerbiedigd moeten worden. Van deze rechten is al sprake in de filosofie van de Oudheid en in de Christelijke politieke theorie van de Middeleeuwen.
De eerste moderne formulering van de rechten van de mens vinden we in het tweede Treatise of Government (1690) van John Locke. In 1776 werden ze door het Congres van de Verenigde Staten erkend als de grondbeginselen van het staatsrecht en klassiek verwoord in de Declaration of Independence ('life','liberty' en 'the pursuit of happiness').
Ook de Franse Revolutie van 1789 begon met een soortgelijke verklaring: Déclaration des droits de l'homme et du citoyen.
Op 10 december 1948 werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaard. Op grond hiervan kunnen overheden ter verantwoording worden geroepen, zoals gebeurt in internationale straftribunalen.