Thomas Mann
(1875-1955) Duitse romanschrijver en criticus die in 1929 de Nobelprijs kreeg voor zijn familieroman Buddenbrooks (1901). Zijn korte romans Tonio Kröger (1903) en Der Tod in Venedig (1913) illustreren de tegenstelling tussen zinnelijkheid en intellect, kunstenaarschap en burgerdom; zijn meesterwerk is de in een sanatorium spelende ideeënroman Der Zauberberg (1924), over de politieke en ethische ontwikkeling van de ingenieur Hans Castorp. Als antifascist verbannen uit Duitsland werd Mann later Amerikaans onderdaan. Drie van zijn kinderen werden ook beroemd: de actrice Erika, de schrijver Klaus (auteur van Mephisto, een sleutelroman over een toneelspeler in de nazi-tijd) en de historicus Golo.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
