Lev Tolstoj

Lev Tolstoj (1828-1910) was eenRussische roman- en toneelschrijver van adellijke afkomst. Hij schreef voordat hij in een geestelijke crisis belandde het proza-epos Oorlog en vrede (1862-1869), waarin een panoramisch en gedetailleerd beeld wordt gegeven van de Russische samenleving tegen de achtergrond van de inval van Napoleon, en de overspelroman Anna Karenina (1877). De laatste decennia van zijn leven ontwikkelde hij zich tot een christelijk moralist en anarchist, wiens standpunten - geen verzet tegen het kwaad, afzien van persoonlijk eigendom, ingrijpende reorganisatie van regering en Kerk met behoud van geloof in God - niet alleen censuur uitlokten, maar ook excommunicatie door de Russisch-orthodoxe Kerk. Beroemde novellen uit deze periode zijn De dood van Ivan Iljitsj (1886, over het einde van een gewone ambtenaar) en Kreutzersonate (1890, over een man die zijn vrouw vermoordt).
Maar schrijver zijn was lang niet altijd zijn belangrijkste drijfveer. Er waren perioden waarin hij zich volledig gaf aan het onderwijs aan de analfabete kinderen van het dorp op zijn landgoed Jasnaja Poljana en het omliggende gebied. In andere perioden zette hij zich volledig in voor de bestrijding van hongersnoden in door droogte getroffen steppegebieden in het zuiden van Rusland en bracht daarvoor miljoenen roebels bijeen. In zijn latere jaren was zijn belangrijkste streven gericht op een geweldloze wereld (Het koninkrijk Gods is in u) bewoond door vrije mensen die vegetariërs en geheelonthouders moesten zijn. Hij bestreed het autoritaire en wrede Tsaristisch regiem en de religieuze praktijken van de Russisch orthodoxe kerk en werd zo een van de wegbereiders voor de Russische revolutie, maar zonder dat hij zijn steun kon geven aan het atheïstische Marxisme en communisme.

Een voortreffelijke biografie van Tolstoj is die van Rosamund Bartlett Tolstoy, a Russian life.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk meisje was zo mooi dat ze de jaloezie van Afrodite opwekte?


JUIST!NIET JUIST!

Psyche

mensenrechten

De eeuwige, onvervreemdbare rechten van de mens op grond van zijn plaats in de natuur, die door elke overheid erkend en geëerbiedigd moeten worden. Van deze rechten is al sprake in de filosofie van de Oudheid en in de Christelijke politieke theorie van de Middeleeuwen.
De eerste moderne formulering van de rechten van de mens vinden we in het tweede Treatise of Government (1690) van John Locke. In 1776 werden ze door het Congres van de Verenigde Staten erkend als de grondbeginselen van het staatsrecht en klassiek verwoord in de Declaration of Independence ('life','liberty' en 'the pursuit of happiness').
Ook de Franse Revolutie van 1789 begon met een soortgelijke verklaring: Déclaration des droits de l'homme et du citoyen.
Op 10 december 1948 werd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaard. Op grond hiervan kunnen overheden ter verantwoording worden geroepen, zoals gebeurt in internationale straftribunalen.