Jonathan Swift
(1667-1745) Ierse dichter en prozaschrijver, bekend van satires als The Battle of the Books (over de strijd tussen de klassieken en de modernen) en A Modest Proposal (een voorstel om de armoede van de Ieren op te lossen door hun kinderen als vlees te serveren aan de Engelse rijken). Zijn roman Gulliver's Travels (1726) is een politieke satire in de vorm van een reisverhaal over een schipbreukeling die terechtkomt bij dwergen (op het eiland Lilliput), reuzen, doorgedraaide wetenschappers en edele paarden.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
