James Joyce
(1882-1941) Ierse schrijver die in pseudo ballingschap leefde op het Europese continent, maar al zijn boeken in Dublin situeerde. Zijn Ulysses (1922), een dag uit het leven van een advertentieverkoper (met een joodse vader), is door compositorische grapjes en door het superieure gebruik van monologue intérieur een van de invloedrijkste prozawerken van de 20ste eeuw. Joyce begon zijn carrière met realistische korte verhalen (Dubliners, 1914) en een bildungsroman die achtereenvolgens in de taal van een kind, een jongen en een jongvolwassene is geschreven (A Portrait of the Artist as a Young Man, 1916). De laatste zeventien jaar van zijn leven werkte hij aan Finnegans Wake (1939), een experiment met taal en verhaal dat een meerstemmig droomperspectief op de Ierse geschiedenis biedt.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
