Stalin

Josef Stalin (1879-1953) Russische leider, sinds de Russische Revolutie volkscommissaris (minister). Na Lenins dood in 1924 greep hij de macht in de Sovjet-Unie door zijn tegenstanders (onder wie Trotski) uit te schakelen, een methode die hij in de zuiveringen van de jaren dertig in het groot herhaalde met miljoenen slachtoffers als gevolg.
Met geweld voerde hij een collectivisatie van de landbouw door. In de Tweede Wereldoorlog wist hij op de Conferentie van Jalta de Russische invloed in Oost-Europa via onderhandelingen veilig te stellen. Zijn politiek op dat punt was oorzaak van de Koude Oorlog .

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.