Gorbatsjov

Michail (1931) Sovjetpoliticus, werd in 1985 leider van de Communistische Partij en in 1988 de laatste president van de Sovjet-Unie. Met zijn revolutionaire politiek van economische hervorming (perestrojka) en openheid (glasnost) lukte het hem echter niet het vastgelopen sovjetsysteem werkelijk te vernieuwen en de economie te hervormen. Dat leverde hem kritiek op vanuit de partij zelf en van meer liberale krachten.
Het streven naar openheid gaf reeds lang sluimerende nationalistische bewegingen in de verschillende sovjetrepublieken de kans hun strijd voor verzelfstandiging op te voeren. Met name Gorbatsjovs ingrijpen in Letland en Litouwen (1991) heeft hem geen goed gedaan. Een, weliswaar mislukte, communistische staatsgreep in augustus 1991 bracht hem ten val en veroorzaakte de opheffing van de Sovjet-Unie. Gorbatsjov werd in het buitenland veel meer gewaardeerd dan in eigen land. Hij beëindigde de Koude Oorlog en maakte de hereniging van Duitsland mogelijk. Voor zijn buitenlandse politiek ontving hij in 1990 de Nobelprijs voor de vrede.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.