baljuw

Betaalde vertegenwoordiger van het landsheerlijk (koninklijk, grafelijk) gezag in een landelijk district of een stad, belast met de zorg voor rechtspraak en bestuur, speciaal in Noord-Frankrijk en Vlaanderen (vanaf circa 1150) en Holland en Zeeland (dertiende eeuw). Elders drost, meier, schout of amman geheten.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke componist schreef het muziekstuk Le Carnaval des Animaux?


JUIST!NIET JUIST!

Camille Saint-Saëns

retoriek

Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').