woningnood

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vrijwel geen nieuwe woningen gebouwd en door bombardementen op steden als Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen en Rotterdam waren er ook veel verloren gegaan. Dit gevoegd bij de plotselinge bevolkingsgroei van na de oorlog maakte dat er een geweldig te kort aan woonruimte ontstond die de regering dwong tot woningdistributie. Mensen die alleenstaand of met kleine gezinnen in grote huizen woonden kregen inwoning van jonge stellen, in sommige gemeenten ook onvrijwillig. Woningen die vrij kwamen werden door gemeentelijke bureaus huisvesting toegewezen aan mensen die op een wachtlijst stonden. Ook wie eigenaar was van een woning kon niet zelf bepalen wie daarin kon wonen. Tijdens de wederopbouw werden in snel tempo anderhalf miljoen goedkope huurwoningen gebouwd die inmiddels voor een groot deel weer gesloopt zijn. Eind jaren '60 raakte de woningnood voorbij al was ook toen nog het 'kraken' van woningen en gebouwen een alternatief voor jonge mensen die geen betaalbare woonruimte konden vinden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Door wie laten kunstenaars zich graag inspireren?


JUIST!NIET JUIST!

Muzen

parlementaire democratie

Regeringsvorm waarin de wetgevende macht ligt bij een door middel van vrije verkiezingen gekozen vertegenwoordigers van de burgerij. De uitvoerende macht ligt bij de regering die verantwoording aflegt aan dit gekozen parlement. Burgers nemen dus alleen indirect en niet rechtstreeks deel aan de besluitvorming.