woningnood

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vrijwel geen nieuwe woningen gebouwd en door bombardementen op steden als Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen en Rotterdam waren er ook veel verloren gegaan. Dit gevoegd bij de plotselinge bevolkingsgroei van na de oorlog maakte dat er een geweldig te kort aan woonruimte ontstond die de regering dwong tot woningdistributie. Mensen die alleenstaand of met kleine gezinnen in grote huizen woonden kregen inwoning van jonge stellen, in sommige gemeenten ook onvrijwillig. Woningen die vrij kwamen werden door gemeentelijke bureaus huisvesting toegewezen aan mensen die op een wachtlijst stonden. Ook wie eigenaar was van een woning kon niet zelf bepalen wie daarin kon wonen. Tijdens de wederopbouw werden in snel tempo anderhalf miljoen goedkope huurwoningen gebouwd die inmiddels voor een groot deel weer gesloopt zijn. Eind jaren '60 raakte de woningnood voorbij al was ook toen nog het 'kraken' van woningen en gebouwen een alternatief voor jonge mensen die geen betaalbare woonruimte konden vinden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.