Anthony Fokker

(1890-1939) Vliegtuigbouwer, construeerde in 1910 zijn eerste vliegtuig (de Spin) waarmee de waaghals de lucht inging en boven Haarlem vloog. Tussen 1912-1919 werkte hij in Berlijn voor het Duitse leger als vliegtuigbouwer en produceerde daar 700 primitieve gevechtsvliegtuigen. Nadat Duitsland verslagen was bracht hij zijn materiaal van Schwerin over naar Nederland en begon in Amsterdam een vliegtuigfabriek. In 1922 vestigde hij zich in de VS, kreeg het Amerikaans staatsburgerschap en stichtte ook daar een vliegtuigfabriek. De Fokker F-VII groeide daardoor uit tot het in de jaren twintig en begin dertig meest gebruikte verkeersvliegtuig ter wereld.
In 1924 wilde Plesman van de KLM met een FokkerFVIII voor het eerst van Amsterdam naar Batavia vliegen, maar het toestel kreeg al in Bulgarije panne en moest daar wachten tot er voldoende geld was ingezameld voor een nieuwe motor. Na de Tweede Wereldoorlog fabriceerde het Nederlandse Fokkerconcern met succes passagiers- en vrachtvliegtuigen, waaronder de wereldwijd verkochte tweemotorige Fokker Friendship, maar ging desondanks eind jaren negentig failliet. De naam Fokker leeft voort in verschillende ondernemingen van Stork Aerospace, waaronder Stork Fokker AESP, Fokker Elmo en Fokker services.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Geografie en demografie > bewerking en bebouwing

Vinex-wijk

Vinex-wijk is een afkorting van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota ruimtelijke ordening over grootschalige nieuwbouwprojecten van het Nederlandse ministerie van VROM uit 1991. De bedoeling was wijken te bouwen, weliswaar in de buurt van steden, maar met een eigen combinatie van wonen, werken, winkels enzovoort. Geleidelijk heeft Vinex-wijk een andere betekenis gekregen dan wat er oorspronkelijk in de nota stond. Tegenwoordig wordt het geassocieerd met een nieuwbouwwijk aan de rand van een grote(re) stad en veelal met de bijbetekenis van een saaie woonwijk waarin alle straten en huizen op elkaar lijken en men voor werk en voorzieningen naar de stad trekt.