Anthony Fokker

(1890-1939) Vliegtuigbouwer, construeerde in 1910 zijn eerste vliegtuig (de Spin) waarmee de waaghals de lucht inging en boven Haarlem vloog. Tussen 1912-1919 werkte hij in Berlijn voor het Duitse leger als vliegtuigbouwer en produceerde daar 700 primitieve gevechtsvliegtuigen. Nadat Duitsland verslagen was bracht hij zijn materiaal van Schwerin over naar Nederland en begon in Amsterdam een vliegtuigfabriek. In 1922 vestigde hij zich in de VS, kreeg het Amerikaans staatsburgerschap en stichtte ook daar een vliegtuigfabriek. De Fokker F-VII groeide daardoor uit tot het in de jaren twintig en begin dertig meest gebruikte verkeersvliegtuig ter wereld.
In 1924 wilde Plesman van de KLM met een FokkerFVIII voor het eerst van Amsterdam naar Batavia vliegen, maar het toestel kreeg al in Bulgarije panne en moest daar wachten tot er voldoende geld was ingezameld voor een nieuwe motor. Na de Tweede Wereldoorlog fabriceerde het Nederlandse Fokkerconcern met succes passagiers- en vrachtvliegtuigen, waaronder de wereldwijd verkochte tweemotorige Fokker Friendship, maar ging desondanks eind jaren negentig failliet. De naam Fokker leeft voort in verschillende ondernemingen van Stork Aerospace, waaronder Stork Fokker AESP, Fokker Elmo en Fokker services.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.