Van Hogendorp

Gijsbert Karel (1762-1834) Als overtuigd Orangist werd hij in 1787 pensionaris van zijn geboortestad Rotterdam. Bij de omwenteling van 1795 werd hij ontslagen en tot 1813 vervulde hij geen enkel ambt. Hij bleef trouw aan zijn oranjegezinde opvattingen, intussen werkend aan het opstellen van een nieuwe grondwet. In het omwentelingsjaar 1813 speelde Van Hogendorp een hoofdrol, zowel bij de vorming van een voorlopig bestuur als bij de uitnodiging aan de in Londen verblijvende prins van Oranje om over te komen en koning te worden.
Hij trad op als voorzitter van de commissie tot voorbereiding van een grondwet, zowel in 1814 als in 1815 na de vereniging met België. In de jaren 1816-1825 was hij lid van de Tweede Kamer, waar hij zich vooral met economische zaken bezighield en vanuit een steeds duidelijker liberaal gedachtengoed kritiek op het bestuur niet schuwde. Zijn verhouding tot koning Willem I, die nooit goed was geweest, verbeterde er niet door. De koning werd van 'liberaal tot conservatief' en Van Hogendorp werd 'van conservatief tot liberaal'. Aan Willem I wordt de uitspraak toegeschreven dat zij het toen één dag met elkaar eens moeten zijn geweest.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke schilder werd bekend dankzij zijn schilderstijl die 'action-painting' wordt genoemd?


JUIST!NIET JUIST!

Jackson Pollock

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.