droogmakerijen

Na eeuwen van kleinschalige drooglegging van ondiepe plassen en meertjes door er dijkjes omheen te leggen werd in 1607 door Amsterdamse kooplieden besloten het grote meer De Beemster, ten Noorden van Amsterdam, tot een polder te maken. Een ringvaart en ringdijk werden aangelegd en 43 windmolens gebouwd die het water uit het meer naar de omringende vaart moesten oppompen.
In 1612 was het land zo droog geworden dat arbeiders er een geometrisch patroon van sloten in konden graven die voor een blijvende goede afwatering van regen- en grondwater dienden. Wegen werden aangelegd en boerderijen gebouwd. Een technisch en economisch goed doordacht plan van een tot dan ongekend grote omvang was in een paar jaar tijd gerealiseerd. Het unieke karakter van dit pionierswerk is beloond met plaatsing op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
Latere grote polders, zoals ook van de grote en gevaarlijke Haarlemmermeer, zijn volgend dezelfde principes, maar met moderner middelen, drooggelegd.
Zie ook
Leeghwater) en Beemster in het hoofdstuk Gebouwd erfgoed.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.