relikwieën

Betere benaming: relieken. Lichamelijke overblijfselen van heiligen, of voorwerpen die door het contact met hen geheiligd zijn. Vanaf de vierde eeuw begon de verspreiding van (delen van) lichamen van martelaren in het Oosten. Vanaf de achtste eeuw ook in het Westen. Omdat relieken een belangrijke bron van inkomsten vormden, werden er veel onechte relieken gefabriceerd. Het Vierde Concilie van Lateranen (1215-1216) verbood de tentoonstelling van relieken buiten hun reliekhouders.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.