domein

Gebied dat met zijn bewoners in principe geheel (economisch, sociaal, juridisch, vaak ook politiek en kerkelijk) onder de macht van een heer (Latijn: dominus) viel. Een domein kon meestal in alle eigen levensbehoeften voorzien. De organisatievorm kende de vroonhoeve met het vroonland (het aan de heer voorbehouden deel) en afzonderlijke hoeven met het hoevenland, dat was toegewezen aan degenen die op het vroonland werkten.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

migratie

Trek van mensen vanuit een land naar een ander land. In sommige gevallen is migratie door het ontvangende land bevorderd omdat behoefte aan meer arbeidskrachten in bepaalde sectoren bestond. In andere gevallen wordt migratie ontmoedigd, bijvoorbeeld wegens reeds bestaande bevolkingsdichtheid.
Zie ook
asiel en bootvluchteling.