duinen

Heuvels van fijn materiaal, meestal fijn zand, aan de zee, een rivier of in een woestijn. Langs de kust van Noord- en Zuid-Holland bevindt zich een duingebied van ongeveer 100 km lengte en plaatselijk 5 km breedte, dat bestaat uit oude en jonge duinen. De oude duinen zijn ongeveer 5000 jaar geleden ontstaan en liggen landinwaarts; ze zijn lager dan de jonge duinen, die dateren uit de middeleeuwen en daarna. Opwaaiend zand komt droog te liggen en begroeiing houdt met de wortels het zand vast. De duinen worden hoger door voortdurend opwaaien van nieuw zand. De hoogte van de jonge duinen is tot 60 meter.
De Nederlandse kustduinen vormen de bovenkant van strandwallen die in de loop van het Holoceen zijn ontstaan. Voldoende zand, een langzaam aflopende helling en een zeespiegel die niet te snel stijgt zijn de voorwaarden voor het ontstaan van strandwallen. Na het jaar 1100 stijgt de zeespiegel weer snel en is er sprake van transgressie . De oude duinen zijn afgegraven tot aan het grondwater en vormen de geestgronden, waarop veel bloembollen geteeld worden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.