daglichtpapier

(Engels: printing out paper, P.O.P.) Een groep fotopapieren die met daglicht belicht moet worden en van 1839 tot circa 1950 werd gebruikt. De belichting vond altijd plaats in contact met het negatief. In tegenstelling tot ontwikkelpapier, waar het beeld pas ná ontwikkeling zichtbaar wordt, ontstaat het beeld bij daglichtpapier tijdens de belichting. Daarom spreekt men ook van voluitdrukkend daglichtpapier. Tot deze groep papieren behoort onder andere de zoutdruk, het albuminepapier en het celloïdinepapier.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef de teksten voor de tv-serie Ja zuster, nee zuster?


JUIST!NIET JUIST!

Annie M.G. Schmidt

etnocentrisme

Denk‑ en gedragswijze, gekenmerkt door onmacht of onwil zich te verplaatsen in de normen, waarden, motieven, belangen, opvattingen, gewoonten enzovoort van mensen behorend tot een andere dan de eigen samenleving.
Zie ook
autoritaire persoonlijkheid.