Socrates

(470-399 v.Chr.) Griekse filosoof, leermeester van Plato. Was een van de weinige niet-schrijvende filosofen. Hij werd op beschuldiging van het creëren van nieuwe goden en het bederven van de jeugd door het stadsbestuur van Athene tot de gifbeker veroordeeld. Zijn filosofie kennen we alleen uit de dialogen van Plato, waarbij niet altijd duidelijk is in hoeverre deze laatste zijn eigen denkbeelden Socrates in de mond legt.
Anders dan zijn voorgangers houdt Socrates zich niet bezig met natuurfilosofie, maar uitsluitend met ethiek. Socrates ging met zijn medeburgers in gesprek om samen met hen het wezen van de deugd, het wezen van het Goede te achterhalen. Hij was er vast van overtuigd dat de mens van nature goed is en tot de deugd geneigd. Het gaat erom te weten wat het goede is, het doen volgt dan vanzelf. Wie kwaad doet, doet dat alleen uit onwetendheid. De belangrijkste kennis is zelfkennis, vandaar zijn voorliefde voor het opschrift van de Apollotempel te Delphi: 'Ken uzelf.' De waarheid ligt al in de mens, de kunst is haar naar boven te halen. Daarvoor hanteerde hij de methode van de maieutiek (vroedvrouwmethode): door het stellen van gerichte vragen de waarheid bij de gesprekspartner naar boven halen, zoals de vroedvrouw de baby uit zijn moeder verlost.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.