Socrates

(470-399 v.Chr.) Griekse filosoof, leermeester van Plato. Was een van de weinige niet-schrijvende filosofen. Hij werd op beschuldiging van het creëren van nieuwe goden en het bederven van de jeugd door het stadsbestuur van Athene tot de gifbeker veroordeeld. Zijn filosofie kennen we alleen uit de dialogen van Plato, waarbij niet altijd duidelijk is in hoeverre deze laatste zijn eigen denkbeelden Socrates in de mond legt.
Anders dan zijn voorgangers houdt Socrates zich niet bezig met natuurfilosofie, maar uitsluitend met ethiek. Socrates ging met zijn medeburgers in gesprek om samen met hen het wezen van de deugd, het wezen van het Goede te achterhalen. Hij was er vast van overtuigd dat de mens van nature goed is en tot de deugd geneigd. Het gaat erom te weten wat het goede is, het doen volgt dan vanzelf. Wie kwaad doet, doet dat alleen uit onwetendheid. De belangrijkste kennis is zelfkennis, vandaar zijn voorliefde voor het opschrift van de Apollotempel te Delphi: 'Ken uzelf.' De waarheid ligt al in de mens, de kunst is haar naar boven te halen. Daarvoor hanteerde hij de methode van de maieutiek (vroedvrouwmethode): door het stellen van gerichte vragen de waarheid bij de gesprekspartner naar boven halen, zoals de vroedvrouw de baby uit zijn moeder verlost.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Renaissance

Europese cultuurperiode van ongeveer 1450 tot ongeveer 1600 die zich onderscheidde van de Middeleeuwen door een meer op de mens en wereld gerichte levenshouding en een onbegrensd vertrouwen in het menselijke kunnen ('virtù'). Ook tijdgenoten waren zich ervan bewust dat hun tijd verschilde van de door hen als barbaars bestempelde Middeleeuwen. Zij lieten zich inspireren door de klassieke cultuur, die zij mateloos bewonderden. De Renaissance begon in Italië en zou omstreeks 1500 in de rest van Europa doordringen.
Zie ook Renaissance en humanisme.