Socrates

(470-399 v.Chr.) Griekse filosoof, leermeester van Plato. Was een van de weinige niet-schrijvende filosofen. Hij werd op beschuldiging van het creëren van nieuwe goden en het bederven van de jeugd door het stadsbestuur van Athene tot de gifbeker veroordeeld. Zijn filosofie kennen we alleen uit de dialogen van Plato, waarbij niet altijd duidelijk is in hoeverre deze laatste zijn eigen denkbeelden Socrates in de mond legt.
Anders dan zijn voorgangers houdt Socrates zich niet bezig met natuurfilosofie, maar uitsluitend met ethiek. Socrates ging met zijn medeburgers in gesprek om samen met hen het wezen van de deugd, het wezen van het Goede te achterhalen. Hij was er vast van overtuigd dat de mens van nature goed is en tot de deugd geneigd. Het gaat erom te weten wat het goede is, het doen volgt dan vanzelf. Wie kwaad doet, doet dat alleen uit onwetendheid. De belangrijkste kennis is zelfkennis, vandaar zijn voorliefde voor het opschrift van de Apollotempel te Delphi: 'Ken uzelf.' De waarheid ligt al in de mens, de kunst is haar naar boven te halen. Daarvoor hanteerde hij de methode van de maieutiek (vroedvrouwmethode): door het stellen van gerichte vragen de waarheid bij de gesprekspartner naar boven halen, zoals de vroedvrouw de baby uit zijn moeder verlost.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.