Simone Weil
(1909-1943) Franse filosofe van joodse afkomst. Voelde zich verbonden met het lot van de uitgebuite klasse in de kapitalistische samenleving. Gaf gratis filosofielessen aan scholingsinstituten voor arbeiders en werkte in verschillende fabrieken. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog sloot ze zich aan bij de internationale vrijwilligersbrigade.
Haar filosofische doelstelling was het doorgronden van het leed in heel zijn existentiële diepte. Ze stelde zich in haar laatste jaren open voor mystieke ervaringen, die haar leerden dat deemoedigheid de enige gepaste houding is voor de filosoof, het inzicht in de principiële onoplosbaarheid van alle zinvragen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
