rede

Het geestelijke vermogen van de mens, dat zich niet alleen richt op oorzakelijke, discursieve kennis, maar op de diepere samenhang van de dingen en de gebeurtenissen. De rede is van hoger orde dan het verstand. Vooral Kant heeft een scherpe omschrijving gegeven van de rede (Vernunft) en de activiteiten ervan. De rede richt zich niet direct op de objecten uit de zintuiglijke wereld maar op het verstand (het denken) om er systematiek en eenheid in aan te brengen. Ze schept geheel zelfstandig begrippen en ideeën. Ze is het vermogen om volgens principes te oordelen (theoretische rede) en te handelen (praktische rede). De drie vragen waardoor de rede zich laat inspireren zijn: 1. Wat kan ik weten? 2. Wat moet ik doen? 3. Wat mag ik hopen? Het Kantiaanse onderscheid tussen verstand en rede heeft sterk doorgewerkt in de Duitse filosofie van de negentiende eeuw.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Tijdens welke oorlog werden de gewonden verzorgd door Florence Nightingale en haar team?


JUIST!NIET JUIST!

Krimoorlog

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.