rede

Het geestelijke vermogen van de mens, dat zich niet alleen richt op oorzakelijke, discursieve kennis, maar op de diepere samenhang van de dingen en de gebeurtenissen. De rede is van hoger orde dan het verstand. Vooral Kant heeft een scherpe omschrijving gegeven van de rede (Vernunft) en de activiteiten ervan. De rede richt zich niet direct op de objecten uit de zintuiglijke wereld maar op het verstand (het denken) om er systematiek en eenheid in aan te brengen. Ze schept geheel zelfstandig begrippen en ideeën. Ze is het vermogen om volgens principes te oordelen (theoretische rede) en te handelen (praktische rede). De drie vragen waardoor de rede zich laat inspireren zijn: 1. Wat kan ik weten? 2. Wat moet ik doen? 3. Wat mag ik hopen? Het Kantiaanse onderscheid tussen verstand en rede heeft sterk doorgewerkt in de Duitse filosofie van de negentiende eeuw.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'