kardinale deugden

De hoofddeugden waaruit alle andere worden afgeleid. Plato bepaalde hun aantal op vier: wijsheid, dapperheid, bedachtzaamheid en rechtvaardigheid. Schopenhauer beperkte hun aantal tot twee: rechtvaardigheid en mensenliefde. Nietzsche noemde er vier en vermeldde er meteen bij tegenover wie men ze moet uitoefenen: eerlijkheid tegenover onszelf en onze vrienden; dapperheid tegenover de vijand; grootmoedigheid tegenover de overwonnenen; hoffelijkheid tegenover iedereen. Het rooms-katholicisme kent ook vier kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de Griekse god van de zee?


JUIST!NIET JUIST!

Poseidon

Augustus

Augustus (latijn: verhevene) is een eretitel die door de senaat van Rome aan Gaius Octavianus werd verleend in 27 voor Christus. Octavianus had in de burgeroorlog na de dood van zijn adoptievader Caesar zijn rivaal Marcus Antonius overwonnen. Het bewind van Augustus bracht vrede in het Romeinse Rijk (de Pax Augusta) en was een bloeitijd voor kunst en literatuur.
Zie ook Horatius, Livius en Vergilius.