kardinale deugden

De hoofddeugden waaruit alle andere worden afgeleid. Plato bepaalde hun aantal op vier: wijsheid, dapperheid, bedachtzaamheid en rechtvaardigheid. Schopenhauer beperkte hun aantal tot twee: rechtvaardigheid en mensenliefde. Nietzsche noemde er vier en vermeldde er meteen bij tegenover wie men ze moet uitoefenen: eerlijkheid tegenover onszelf en onze vrienden; dapperheid tegenover de vijand; grootmoedigheid tegenover de overwonnenen; hoffelijkheid tegenover iedereen. Het rooms-katholicisme kent ook vier kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.