kardinale deugden

De hoofddeugden waaruit alle andere worden afgeleid. Plato bepaalde hun aantal op vier: wijsheid, dapperheid, bedachtzaamheid en rechtvaardigheid. Schopenhauer beperkte hun aantal tot twee: rechtvaardigheid en mensenliefde. Nietzsche noemde er vier en vermeldde er meteen bij tegenover wie men ze moet uitoefenen: eerlijkheid tegenover onszelf en onze vrienden; dapperheid tegenover de vijand; grootmoedigheid tegenover de overwonnenen; hoffelijkheid tegenover iedereen. Het rooms-katholicisme kent ook vier kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.