kardinale deugden

De hoofddeugden waaruit alle andere worden afgeleid. Plato bepaalde hun aantal op vier: wijsheid, dapperheid, bedachtzaamheid en rechtvaardigheid. Schopenhauer beperkte hun aantal tot twee: rechtvaardigheid en mensenliefde. Nietzsche noemde er vier en vermeldde er meteen bij tegenover wie men ze moet uitoefenen: eerlijkheid tegenover onszelf en onze vrienden; dapperheid tegenover de vijand; grootmoedigheid tegenover de overwonnenen; hoffelijkheid tegenover iedereen. Het rooms-katholicisme kent ook vier kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Renaissance

Europese cultuurperiode van ongeveer 1450 tot ongeveer 1600 die zich onderscheidde van de Middeleeuwen door een meer op de mens en wereld gerichte levenshouding en een onbegrensd vertrouwen in het menselijke kunnen ('virtù'). Ook tijdgenoten waren zich ervan bewust dat hun tijd verschilde van de door hen als barbaars bestempelde Middeleeuwen. Zij lieten zich inspireren door de klassieke cultuur, die zij mateloos bewonderden. De Renaissance begon in Italië en zou omstreeks 1500 in de rest van Europa doordringen.
Zie ook Renaissance en humanisme.