John Locke

(1632-1704) Engelse filosoof, grondlegger van het Britse empirisme. Hij legde zich in de eerste plaats toe op een onderzoek naar het kenvermogen van de mens, het verstand, en naar de objecten die al dan niet binnen zijn bereik liggen. Locke bewijst dat er niet zoiets bestaat als 'aangeboren ideeën' (innate ideas). Het verstand is op zichzelf een onbeschreven blad, een tabula rasa (whitepaper); het wordt pas gevuld door de ervaring. Alle bewustzijnsinhouden zijn uiteindelijk te herleiden tot de ervaring, de uiterlijke (sensation) en de innerlijke (reflection). Onze kennis is opgebouwd uit enkelvoudige en samengestelde ideeën. Alleen aan de enkelvoudige ideeën beantwoorden realiteiten in de buitenwereld; de samengestelde ideeën zijn slechts producten van het verstand.
In zijn politieke filosofie bestrijdt hij elke aanspraak op natuurlijk of door God gegeven gezag. De enige legitimatie voor gezag is de bescherming van de rechten van burgers tegenover elkaar; de staat mag pas in actie komen als de natuurlijke vrijheden en rechten van zijn burgers in het gedrang komen. De Two Treatises of Government, waarin hij zijn politieke filosofie uiteenzet, worden vaak gezien als de theoretische wegbereiders van de Amerikaanse Revolutie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke film is geen verfilming van een eerder verschenen boek?


JUIST!NIET JUIST!

The Matrix (1999)

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.