John Locke

(1632-1704) Engelse filosoof, grondlegger van het Britse empirisme. Hij legde zich in de eerste plaats toe op een onderzoek naar het kenvermogen van de mens, het verstand, en naar de objecten die al dan niet binnen zijn bereik liggen. Locke bewijst dat er niet zoiets bestaat als 'aangeboren ideeën' (innate ideas). Het verstand is op zichzelf een onbeschreven blad, een tabula rasa (whitepaper); het wordt pas gevuld door de ervaring. Alle bewustzijnsinhouden zijn uiteindelijk te herleiden tot de ervaring, de uiterlijke (sensation) en de innerlijke (reflection). Onze kennis is opgebouwd uit enkelvoudige en samengestelde ideeën. Alleen aan de enkelvoudige ideeën beantwoorden realiteiten in de buitenwereld; de samengestelde ideeën zijn slechts producten van het verstand.
In zijn politieke filosofie bestrijdt hij elke aanspraak op natuurlijk of door God gegeven gezag. De enige legitimatie voor gezag is de bescherming van de rechten van burgers tegenover elkaar; de staat mag pas in actie komen als de natuurlijke vrijheden en rechten van zijn burgers in het gedrang komen. De Two Treatises of Government, waarin hij zijn politieke filosofie uiteenzet, worden vaak gezien als de theoretische wegbereiders van de Amerikaanse Revolutie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.