John Locke

(1632-1704) Engelse filosoof, grondlegger van het Britse empirisme. Hij legde zich in de eerste plaats toe op een onderzoek naar het kenvermogen van de mens, het verstand, en naar de objecten die al dan niet binnen zijn bereik liggen. Locke bewijst dat er niet zoiets bestaat als 'aangeboren ideeën' (innate ideas). Het verstand is op zichzelf een onbeschreven blad, een tabula rasa (whitepaper); het wordt pas gevuld door de ervaring. Alle bewustzijnsinhouden zijn uiteindelijk te herleiden tot de ervaring, de uiterlijke (sensation) en de innerlijke (reflection). Onze kennis is opgebouwd uit enkelvoudige en samengestelde ideeën. Alleen aan de enkelvoudige ideeën beantwoorden realiteiten in de buitenwereld; de samengestelde ideeën zijn slechts producten van het verstand.
In zijn politieke filosofie bestrijdt hij elke aanspraak op natuurlijk of door God gegeven gezag. De enige legitimatie voor gezag is de bescherming van de rechten van burgers tegenover elkaar; de staat mag pas in actie komen als de natuurlijke vrijheden en rechten van zijn burgers in het gedrang komen. De Two Treatises of Government, waarin hij zijn politieke filosofie uiteenzet, worden vaak gezien als de theoretische wegbereiders van de Amerikaanse Revolutie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.