Hannah Arendt
(1906-1975) Amerikaanse filosofe van Duits-joodse afkomst. Briljant leerlinge en kortstondige geliefde van Heidegger. Past de fenomenologische methode toe op de politieke werkelijkheid. Zij benadrukt het actieve aspect van de menselijke conditie, dat in de westerse filosofische traditie, zeker na de Griekse oudheid, onderbelicht is gebleven. Schreef een baanbrekende studie over het totalitarisme als moderne staatsvorm, waarin zij de overeenkomsten aantoont tussen het Rusland van Stalin en het Duitsland van Hitler. Ze werd in één klap beroemd en omstreden door haar verslag van het proces tegen Eichmann, waarin ze haar stelling verkondigt van 'de banaliteit van het kwaad'.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
