Fichte

Johan Gottlieb (1762-1814) Duitse filosoof, een van de grote vertegenwoordigers van het Duitse idealisme, de filosofische stroming die volgde op Kant. Uitgangspunt van de filosofie moet het denkend subject zijn, niet de wereld om ons heen. Door te denken bevestigt het subject zijn eigen realiteit: het Ik 'poneert' zichzelf. Nu ervaart het Ik ook dingen in zichzelf die niet tot zijn Ik te herleiden zijn; die poneert het als niet-Ik. Het Ik poneert dus tegelijkertijd het Ik en het niet-Ik. De idealistische overtuiging dat het besef van een buitenwereld niets anders is dan het product van ons voorstellingsvermogen, garandeert ook het besef van onze vrijheid. Het niet-Ik, de wereld, is dus niets anders dan het materiaal van onze activiteit, en in dat materiaal moeten we ook ons zedelijk leven realiseren.
Fichtes filosofie was van grote invloed op die van Hegel. Ook de Duitse romantische school in de literatuur (Novalis, Schlegel) heeft voor haar levensgevoel veel ontleend aan Fichte.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.