Epicurus

(341-270 v.Chr.) Griekse filosoof, stichter van een filosofische school in Athene. Zijn natuurfilosofische leer sluit aan bij die van Democritus, die leert dat de natuur bestaat uit atomen en lege ruimte. De atomen vormen in een continu proces alle stoffelijke en geestelijke dingen (de ziel is een conglomeraat van atomen). Epicurus ontwikkelde zijn natuurleer als een medicijn tegen bijgeloof en tegen de angst voor de dood.
Bekend gebleven is Epicurus vooral om zijn ethiek. Het doel van het menselijk streven is de gelukzaligheid en het wezen van gelukzaligheid is het genot. Dat is echter niet alleen het zinnelijke genot, maar vooral intellectueel genot en dat bestaat voornamelijk uit zielenrust (ataraxie), die voortkomt uit inzicht in het ware wezen van de wereld.
Epicurus ontkende niet het bestaan van goden, maar dichtte hun geen invloed toe op het reilen en zeilen van de wereld en op het lot van de mensen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de schrijver van het boek 'Utopia'?


JUIST!NIET JUIST!

Thomas More

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.