Epicurus

(341-270 v.Chr.) Griekse filosoof, stichter van een filosofische school in Athene. Zijn natuurfilosofische leer sluit aan bij die van Democritus, die leert dat de natuur bestaat uit atomen en lege ruimte. De atomen vormen in een continu proces alle stoffelijke en geestelijke dingen (de ziel is een conglomeraat van atomen). Epicurus ontwikkelde zijn natuurleer als een medicijn tegen bijgeloof en tegen de angst voor de dood.
Bekend gebleven is Epicurus vooral om zijn ethiek. Het doel van het menselijk streven is de gelukzaligheid en het wezen van gelukzaligheid is het genot. Dat is echter niet alleen het zinnelijke genot, maar vooral intellectueel genot en dat bestaat voornamelijk uit zielenrust (ataraxie), die voortkomt uit inzicht in het ware wezen van de wereld.
Epicurus ontkende niet het bestaan van goden, maar dichtte hun geen invloed toe op het reilen en zeilen van de wereld en op het lot van de mensen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie van deze drie mannen uit het Oude Testament is een aartsvader?


JUIST!NIET JUIST!

Abraham

causaliteit

De verhouding tussen twee dingen of gebeurtenissen, waarbij het ene oorzaak is en het andere gevolg. Gedurende vrijwel de gehele geschiedenis van de filosofie is erover gestreden of causaliteit méér is - bijvoorbeeld een door God geschapen kracht - dan de constant waargenomen opeenvolging van twee gebeurtenissen, op grond waarvan men concludeert dat de eerste gebeurtenis de oorzaak is van de tweede.