Nederlandsche Bank (DNB)

De centrale bankinstantie van Nederland in Amsterdam, in 1814 opgericht door koning Willem I. De bank is een naamloze vennootschap, waarvan de staat alle aandelen bezit. De Nederlandsche Bank heeft het monopolie op de uitgifte van bankbiljetten en houdt toezicht op andere, 'decentrale' banken, door o.a. te zorgen dat hun liquiditeit te allen tijde stabiel is en op beleggingsinstellingen. In het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken draagt zij bij aan het vaststellen en uitvoeren van het monetair beleid. Zij is eveneens belast met het beheer van de deviezenreserve en zij is verantwoordelijk voor de bevordering van de goede werking van het betalingsverkeer.

De Nederlandsche Bank wordt geleid door een president. Bekende presidenten waren voormalig minister-president Jelle Zijlstra, van 1967-1981, en Wim Duisenberg van 1982-1997. Duisenberg werd in 1998 de eerste president van de Europese Centrale Bank (ECB). Nout Wellink volgde Duisenberg op en hij werd in 2011 opgevolgd door de huidige president Klaas Knot.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Geen slapende ... wakker maken. Welk dier moet je niet wakker maken?


JUIST!NIET JUIST!

hond

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.