duurzaam bouwen

Streven naar minimalisering van het gebruik van eindige grondstoffen (bijvoorbeeld energie door fossiele brandstof en stoffen die schadelijk zijn voor milieu en gezondheid). Duurzaam bouwen begint met de keuze voor nieuwbouw of verbouw c.q. renovatie ten behoeve van herbestemming van bestaande gebouwen. Het gebruik van grond om op te bouwen is immers zo goed als onomkeerbaar.
Als er toch nieuw gebouwd wordt, pleit deze onomkeerbaarheid voor het bouwen in hoge dichtheid, bijvoorbeeld door het mengen (stapelen) van functies, waardoor ook het woon/werkverkeer teruggedrongen wordt. Ook flexibiliteit, dat wil zeggen gebouwen geschikt maken voor veranderend gebruik, is belangrijk.
Een voorbeeld geeft woningbouwvereniging Stadgenoot (vh Het Oosten) in Amsterdam. Zij ontwikkelt zogenaamde 'solids', waarbij het casco wordt losgekoppeld van de inbouw. Het functievrije casco blijft eigendom van bijvoorbeeld de investeerder, de huurder ontwikkelt de inbouw. Het casco is zodanig van opzet dat het wisselend voor meerdere functies - wonen/werken/ scholen - geschikt is. Bij het ontwerp van de gebouwen speelt verder materiaalkeuze, energiegebruik, energieopwekking, watergebruik etc. een belangrijke rol.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.