Jeruzalem

In de joodse traditie oorspronkelijk Salem geheten (Genesis 14), later Jebus (Richteren 19). Door David op de Jebusieten veroverd en tot bestuurlijk en godsdienstig centrum van het twaalfstammenrijk gemaakt. Zijn opvolger Salomo liet er een tempel bouwen. Die tempel werd in 586 v.Chr. door Nebukadnezar, koning van Babylonië, verwoest en na de Babylonische ballingschap, in 516 v.Chr., hersteld. Onder Herodes de Grote (25 v.Chr.) werd de tempel gerestaureerd en uitgebreid, maar na de verwoesting in 70 n.Chr. (zie ook Joodse Opstand) is de zogeheten Klaagmuur (de westelijke ringmuur) nog het enige dat ervan rest. Jeruzalem wordt ook wel Sion genoemd, naar de vesting die in de stad van David lag (2 Samuël 5:7). Het christelijke paasverhaal speelt zich af in Jeruzalem. Eerst wordt Jezus met palmtakken jubelend de stad binnen geleid. Daarna wordt hij er gekruisigd. Het aardse Jeruzalem staat in het boek Openbaring model voor het nieuwe, hemelse Jeruzalem.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.