Jakob en Esau
Tweelingzonen van Isaäk. Jakob verwierf het eerstgeboorterecht van Esau in ruil voor een schotel linzenmoes (Genesis 25) en door bedrog van zijn blinde vader (Genesis 27). In deze leugenachtige 'eerstgeborene' portretteert Israël zichzelf ('de eerstgeborene onder de volkeren' - zie ook uitverkiezing). Toch laat God Jakob niet los (hij ziet in Bethel de hemel open - Genesis 28) en na vele omzwervingen en innerlijke strijd (het nachtelijk gevecht met de engel aan de rivier de Jabbok - Genesis 32) keert de held naar huis terug en verzoent zich met zijn broeder. Esau, 'de ruwbehaarde' jager, woonde in Seïr ('harig'), ook wel Edom genoemd. Hij werd stamvader van de Edomieten en vertegenwoordigt in deze verhalen de (heidense) volkeren.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
