Jakob en Esau

Tweelingzonen van Isaäk. Jakob verwierf het eerstgeboorterecht van Esau in ruil voor een schotel linzenmoes (Genesis 25) en door bedrog van zijn blinde vader (Genesis 27). In deze leugenachtige 'eerstgeborene' portretteert Israël zichzelf ('de eerstgeborene onder de volkeren' - zie ook uitverkiezing). Toch laat God Jakob niet los (hij ziet in Bethel de hemel open - Genesis 28) en na vele omzwervingen en innerlijke strijd (het nachtelijk gevecht met de engel aan de rivier de Jabbok - Genesis 32) keert de held naar huis terug en verzoent zich met zijn broeder. Esau, 'de ruwbehaarde' jager, woonde in Seïr ('harig'), ook wel Edom genoemd. Hij werd stamvader van de Edomieten en vertegenwoordigt in deze verhalen de (heidense) volkeren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke film is een roadmovie?


JUIST!NIET JUIST!

Easy Rider (1969)

Augustus

Augustus (latijn: verhevene) is een eretitel die door de senaat van Rome aan Gaius Octavianus werd verleend in 27 voor Christus. Octavianus had in de burgeroorlog na de dood van zijn adoptievader Caesar zijn rivaal Marcus Antonius overwonnen. Het bewind van Augustus bracht vrede in het Romeinse Rijk (de Pax Augusta) en was een bloeitijd voor kunst en literatuur.
Zie ook Horatius, Livius en Vergilius.