evangelie

(Grieks: eu-aggelion = goede boodschap) Vier evangelisten, Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes, schreven tussen 60 en 100 n.Chr. – dus lang na Jezus' dood – over het geloof van zijn eerste volgelingen. Hun verhalen moeten als getuigenis gelezen worden, niet als geschiedschrijving in onze zin. Zonder kennis van de geloofstaal en de bijbelse symbolen zijn zij moeilijk toegankelijk.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.