gebarentaal
Taal van het type dat overal ter wereld in dovengemeenschappen is ontstaan en nog ontstaat. In Nederland gebruiken de doven Nederlandse Gebarentaal, in Engeland Britse Gebarentaal en in de VS Amerikaanse Gebarentaal. Gebarentalen verschillen van elkaar net als gesproken talen en doen ook overigens in niets daarvoor onder, ze gebruiken alleen een ander kanaal. In plaats van horen komt zien, en bewegingen van handen, armen en gezicht vervangen klanken. Elke gebarentaal heeft zijn eigen syntaxis, morfologie en zelfs fonologie (equivalent voor klankpatronen zijn bijvoorbeeld handvormen). Kinderen die van baby af aan een gebarentaal leren, doorlopen hetzelfde programma als kinderen die een gesproken taal leren (een-woordfase enzovoort, zie ook kindertaal). Daarnaast wordt de term gebarentaal ook gebruikt voor het sterk beperkte, deels cultureel afhankelijke arsenaal aan gebaren die voor bepaalde vaste boodschappen staan (duim omhoog is 'oké, goed zo', wijsvinger op je voorhoofd betekent 'die is gek'). Ook doven kennen en gebruiken die gebaren.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
