morfologie

Vormleer, deelgebied van de taalkunde dat zich bezighoudt met de regels die gelden voor het bouwen van woordvormen uit stammen (loop in loopt), en uit toevoegsels (lied in liedje) en voor het afleiden van nieuwe woorden uit bestaande woorden (scheepskapitein uit schip en kapitein) en toevoegsels (bioindustrie).
Toevoegsels (affixen) zijn soms prefixen (voorvoegsels: ge- in gezien, be- in bekopen), soms suffixen (achtervoegsels: -er in harder, -pje in boompje), en verschillen van stammen doordat ze niet als los woord kunnen voorkomen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke acteur speelde de hoofdrol in een serie films rondom Jason Bourne?


JUIST!NIET JUIST!

Matt Damon

barbarisme

Woord of uitdrukking ontleend aan een vreemde taal en (nog) niet ingeburgerd. De vorm wordt aan het Nederlands aangepast en vaak letterlijk vertaald. De bekendste zijn het germanisme (uit het Duits: 'middels' voor 'door middel van', van mittels), het anglicisme (uit het Engels: 'familie' in plaats van 'gezin', van family) en het gallicisme (uit het Frans: een Amsterdams restaurant heette 'De geparkeerde mossel', naar het gerecht moules parquées).