gebarentaal

Taal van het type dat overal ter wereld in dovengemeenschappen is ontstaan en nog ontstaat. In Nederland gebruiken de doven Nederlandse Gebarentaal, in Engeland Britse Gebarentaal en in de VS Amerikaanse Gebarentaal. Gebarentalen verschillen van elkaar net als gesproken talen en doen ook overigens in niets daarvoor onder, ze gebruiken alleen een ander kanaal. In plaats van horen komt zien, en bewegingen van handen, armen en gezicht vervangen klanken. Elke gebarentaal heeft zijn eigen syntaxis, morfologie en zelfs fonologie (equivalent voor klankpatronen zijn bijvoorbeeld handvormen). Kinderen die van baby af aan een gebarentaal leren, doorlopen hetzelfde programma als kinderen die een gesproken taal leren (een-woordfase enzovoort, zie ook kindertaal). Daarnaast wordt de term gebarentaal ook gebruikt voor het sterk beperkte, deels cultureel afhankelijke arsenaal aan gebaren die voor bepaalde vaste boodschappen staan (duim omhoog is 'oké, goed zo', wijsvinger op je voorhoofd betekent 'die is gek'). Ook doven kennen en gebruiken die gebaren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.