hersenen

Centrale gedeelte van het zenuwstelsel, beschermd door de schedel. De hersenen bestaan van onder naar boven uit het verlengde merg en de hersenstam, van waaruit signalen vanuit het ruggenmerg naar de overige hersendelen worden gezonden. In dit gebied zetelt het autonome zenuwstelsel dat onder andere ademhaling, bloeddruk en hartfrequentie reguleert.
Daarboven liggen de kleine hersenen, die een belangrijke rol spelen bij het handhaven van evenwicht en coördinatie van bewegingen.
De grote hersenen (bestaande uit een linker‑ en een rechtergedeelte, die gekruist respectievelijk de rechter en linker lichaamshelft 'besturen') controleren functies als denken en willekeurige spieractiviteit.
In de buitenste laag van de grote hersenen, de hersenschors of cortex cerebri, ‘zitten’ hogere functies, zoals geheugen, spraak en gezichtsvermogen.
Onder de hersenschors ligt de hypothalamus , waar onder andere de lichaamstemperatuur, honger‑ en dorstgevoel en seksuele prikkels worden gereguleerd.
Zie ook hypofyse.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke vogel is het symbool van wijsheid?


JUIST!NIET JUIST!

uil

Es

Door Sigmund Freud gebruikte term voor het onbewuste. In het Engels \'id\' genoemd. Volgens Freud moet de mens ernaar streven de verborgen driften en verlangens uit het onbewuste bewust te maken om zodoende het ongebreidelde luststreven van het Es te kunnen beheersen en om te buigen tot meer sociaal aanvaardbare vormen.