Cananefaten

Ook Kaninefaten of Canninefaten. West-Germaanse stam, wonend aan de Noordzeekust. De Romeinse historicus en politicus Tacitus noemt ze in zijn boekje De origine et situ Germanorum (Over oorsprong en woonplaats van de Germanen) geschreven omstreeks het jaar 98.
In het jaar 28 vochten zij nog in Romeinse dienst met een eenheid van ruiters tegen opstandige Friezen - volgens Tacitus bij het Romeinse fort Flevum dat mogelijk in de omgeving van Velzen lag - maar 40 jaar later, in 69, sloten zij zich aan bij de Bataven in de Bataafse opstand tegen diezelfde overheersers.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke componist schreef het muziekstuk Le Carnaval des Animaux?


JUIST!NIET JUIST!

Camille Saint-Saëns

retoriek

Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').