Claude Lévi-Strauss
(1908-2009) Frans cultureel antropoloog en filosoof, introduceerde het structuralisme in de menswetenschappen. Onderzoek van primitieve culturen (waarbij hij vooral geïnteresseerd was in de mythen) bracht hem tot de overtuiging dat alle culturen, van primitief tot hoogontwikkeld, in wezen berusten op dezelfde mentale patronen, de 'infrastructuur' van de geest. Deze structuren genereren regels waarvan de individuen zich niet bewust zijn maar waardoor ze zich toch laten leiden. Die regels hebben betrekking op universele tegenstellingen als heilig-profaan, leven-dood, natuur-cultuur. De bevindingen van Lévi-Strauss hebben op zijn minst één zwaarwegende filosofische consequentie: ze doen afbreuk aan de traditionele, door de Verlichting geïnspireerde opvatting van de mens als autonoom subject.
Het denken van Lévi-Strauss heeft enorm doorgewerkt in de Franse filosofie van de twintigste eeuw: Foucault Lacan en Barthes, om alleen de grootsten te noemen, bouwen op hem voort.
Welke periode in de prehistorie duurde tot de komst van de Romeinen in het huidige Nederland?
emotionele intelligentie
Vorm van sociaal inzicht, de mate waarin iemand de kunst verstaat met anderen om te gaan, ook als die op allerlei aspecten anders zijn dan hij- of zijzelf. Ook de mate waarin men zich in allerlei situaties kan aanpassen en op een soepele manier kan bewegen.