taalverloedering
Een verschijnsel dat veel mensen denken te horen of lezen in het taalgebruik van anderen, vaak jongeren, wanneer dat afwijkt van hun eigen taalgebruik. 'Anders' wordt dan beleefd als 'fout'. Meestal gaat het om taalveranderingen (nieuwe woorden en manieren van zeggen, het als minder 'grof' beleven van scheldwoorden), die van alle tijden en alle talen zijn, en waarover dan ook altijd en overal geklaagd is. Dat anderen zich niet houden aan een handvol taalregels die men zelf – vaak met moeite – heeft geleerd (hen/hun, groter als/groter dan), wordt dikwijls als taalverloedering aangemerkt. Ook in spelfouten (ik wordt, begravenis) en voorstellen de spelling te wijzigen ziet men nogal eens (de dreiging van) taalverloedering . Bij dat laatste wordt over het hoofd gezien dat formele afspraken over de manier waarop een taal in schrift wordt weergegeven, die taal zelf niet veranderen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
