laser

Acroniem van Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation. Een kunstmatige lichtbron die een zeer geconcentreerde en zeer monochromatische lichtbundel uitzendt. De eerste laser, met een robijnstaaf als medium, werd door de Amerikaan Maiman in 1960 geconstrueerd op basis van ideeën ontwikkeld door de Amerikaanse fysicus Townes. Aan de ontwikkeling van de laserspectroscopie hebben Schawlov en (de in Nederland geboren) Nicolaas Bloembergen in belangrijke mate bijgedragen; voor hun prestaties deelden zij de Nobelprijs natuurkunde 1981.
Tegenwoordig behoren lasers, in velerlei uitvoeringen, tot de belangrijkste instrumenten in fysische en chemische laboratoria; men kan er hetzij zeer korte en intense lichtflitsen van minder dan een picoseconde (een miljoenste van een miljoenste seconde), hetzij continue straling met een nauwkeurig bepaalde frequentie mee maken. De moleculen of atomen in het actieve medium zenden elektromagnetische golven uit die alle dezelfde fase hebben en elkaar versterken.
In het dagelijkse leven zijn de toepassingen legio. In een CD- of DVD speler wordt het signaal met een miniatuurlaser 'uitgelezen', bij de kassa van de supermarkt en de bagageband op Schiphol wordt de streepjescode door een laser gelezen, de afstand tot de maan wordt zeer nauwkeurig met een laser bepaald, lasers worden in de bouw gebruikt, er zijn oogoperaties met lasers enzovoort.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.