fase

1. In de natuurkunde en de scheikunde: elk van de verschijningsvormen waarin een macroscopische stof kan voorkomen: gas, vloeistof en vaste stof. Wanneer de temperatuur en/of de druk verandert, kan de materie een overgang van de ene naar de andere fase ondergaan (zie ook kookpunt en smeltpunt). Vele stoffen hebben meer dan één onderscheidbare vaste fase. De tinpest, die tinnen voorwerpen uiteen doet vallen, berust op de overgang van 'wit' tin naar 'grijs' tin.
2. Bij periodieke verschijnselen, zoals in de optica, een relatieve maat die bepaald wordt door het tijdstip waarop een golf zich bevindt, ten opzichte van het moment waarop de golf de evenwichtsstand passeert.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van wie is de beroemde natuurkundige formule E = mc2?


JUIST!NIET JUIST!

Albert Einstein

Verlichting

Verzamelterm voor de opvattingen in de achttiende eeuw die het vrije, kritische denken centraal stelden en die de rede als uitgangspunt namen. De Verlichting werd voorbereid door het rationalisme, dat in de zeventiende eeuw de kern van het natuurwetenschappelijk denken werd. Men geloofde dat de mens door het verwerven van kennis uiteindelijk vrij gemaakt kon worden van bijgeloof en vooroordeel. Soms leidde dat tot vormen van atheïsme. Dit vooruitgangsgeloof van de verlichte denkers ('philosophes') manifesteerde zich het sterkst in de in Parijs geredigeerde Encyclopédie.