Albert Einstein
(1879-1955) Einstein was de invloedrijkste fysicus van de 20e eeuw. Voortbouwend op het werk van Lorentz, ontwikkelde hij de speciale en de algemene relativiteitstheorie. Een van de consequenties van het relativiteitsprincipe is de equivalentie van massa en energie, uitgedrukt in de vergelijking E = mc2. Met zijn veronderstelling dat licht (en elektromagnetische straling in het algemeen) in discrete energiekwanta, fotonen, voorkomt, legde hij de basis voor de moderne kwantumfysica. Einstein was overtuigd van de causaliteit in de natuur, en het loslaten van de microscopische causaliteit in de latere kwantummechanica stoorde hem emotioneel. Het bracht hem tot uitspraken als "God is subtiel, maar kwaadaardig is hij niet", en "God dobbelt niet".
Einstein werd in Duitsland geboren en kreeg na zijn studie te Zürich een baan bij het Patentamt in Bern. Hier formuleerde hij in zijn 'vrije tijd' de speciale relativiteitstheorie. Later keerde hij als hoogleraar terug naar Duitsland. Wegens zijn joodse afkomst emigreerde hij in de jaren dertig naar de Verenigde Staten. Hij had een groot persoonlijk gezag en toen in 1939 een groep fysici, waaronder Teller, aanwijzingen meende te hebben dat de nazi's een atoombom probeerden te realiseren, spoorden ze Einstein aan een brief aan president Roosevelt te schrijven. Dit resulteerde in het Manhattan Project, waarin door fysici en technici de eerste atoombom werd ontwikkeld.
In 1922 ontving hij de Nobelprijs, merkwaardig genoeg niet voor de relativiteitstheorie, maar voor de verklaring van het foto-elektrisch effect met behulp van de lichtkwantum hypothese.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
