Aesculapius

(Grieks: Asklèpios) In de Griekse mythologie god van de geneeskunst die soms met zijn pijlen besmettelijke ziekten verspreidde. Zoon van Apollo. Zijn attribuut, een staf met slang (esculaap), is het symbool van artsen geworden. Asklèpios kreeg vijf dochters, onder wie Hygieia (godin van de gezondheid) en Panacea (godin van de geneesmiddelen) en twee zonen, de geneesheren Podalirius en Machaon.
De bekende arts Hippokrates zou van Asklèpios afstammen. De god werd vereerd in Epidavros op de Peloponnesos, waar zich een groot asklepieion bevond (ook nu nog zichtbaar), een heiligdom waar mensen in kuilen met slangen genezing voor hun ziekten zochten. Ook het eiland Kos bezat een beroemd asklepieion. De aan slangen toegeschreven geneeskracht hing samen met hun vermogen zich jaarlijks te verjongen door hun oude huid af te werpen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke componist schreef het muziekstuk Le Carnaval des Animaux?


JUIST!NIET JUIST!

Camille Saint-Saëns

retoriek

Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').