hersenen

De hersenen zijn het centrale gedeelte van het zenuwstelsel, beschermd door de schedel. De hersenen bestaan van onder naar boven uit het verlengde merg en de hersenstam, van waaruit signalen vanuit het ruggenmerg naar de overige hersendelen worden gezonden. In dit gebied zetelt het autonome zenuwstelsel dat onder andere ademhaling, bloeddruk en hartfrequentie reguleert.

Daarboven liggen de kleine hersenen, die een belangrijke rol spelen bij het handhaven van evenwicht en coördinatie van bewegingen.

De grote hersenen (bestaande uit een linker‑ en een rechtergedeelte, die gekruist respectievelijk de rechter- en linkerlichaamshelft 'besturen') controleren functies als denken en willekeurige spieractiviteit.
In de buitenste laag van de grote hersenen, de hersenschors of cortex cerebri, 'zitten' hogere functies, zoals geheugen, spraak en gezichtsvermogen.
Onder de hersenschors ligt de hypothalamus , waar onder andere de lichaamstemperatuur, honger‑ en dorstgevoel en seksuele prikkels worden gereguleerd.
Zie ook hypofyse.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.