bloedsomloop
De bloedsomloop is het vaatstelsel in het lichaam waar bloed en lymfe doorheen stromen: het hart, de slagaders (arteriën), de haarvaten (capillairen) en de aders (venen). In het bloed worden voedingsstoffen, zuurstof, en andere vitale stoffen zoals hormonen maar ook afvalproducten van de stofwisseling vervoerd. Het hart pompt met ritmische samentrekkingen het bloed in de slagaders, die zich tot steeds kleinere vaten vertakken tot een netwerk van haarvaten, die via de cellen de voedingsstoffen en zuurstof opnemen en er de afbraakproducten en kooldioxide aan afgeven. Via een steeds breder wordend systeem van aders komt het bloed weer bij de rechter harthelft aan en wordt naar de longen gepompt voor opname van zuurstof en afgifte van kooldioxide. Daarna stroomt het bloed weer naar de linker harthelft voor een nieuwe tocht door het lichaam. Onderscheiden wordt de 'grote circulatie', vanuit de linker harthelft naar alle organen in het lichaam, en de 'kleine circulatie' van de rechter harthelft naar de longen en terug naar het hart.
Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?
adaptatie
Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.
