Spaanse griep

1918-1919, Grote griepepidemie ('pandemie') aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Ontstond niet in Spanje maar hoogstwaarschijnlijk in de Verenigde Staten en werd door Amerikaanse soldaten meegenomen naar Europa. Toen er in Spanje mensen aan stierven werd er daar in de kranten het eerst over bericht, vandaar de naamgeving. (Radio en TV waren er toen nog niet).Van de Amerikanse soldaten in Europa stierven er 43.000 aan deze griep, tegen 50.000 aan gevechtshandelingen. In het neutrale Nederland stierven 27.000 personen aan besmetting met het toen nog onbekende griepvirus. Wereldwijd ging het naar schatting om twintig tot veertig miljoen doden. De ziekte trof merkwaardigerwijs vooral mensen in de leeftijdscategorie met het sterkste immuunsysteem, jongeren en volwassenen tot een jaar of 40. Vandaar ook het grote aantal doden onder de soldaten.
Deze pandemie was een rechtstreeks gevolg van de wereldoorlog, omdat in die jaren alleen de massale troepenverplaatsingen, ook nadat de oorlog was afgelopen, de verspreiding over zoveel landen mogelijk maakte.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.