slag om Stalingrad

(Juli 1942-februari 1943) Nadat de Duitse legers in de tweede helft van 1941 snel en diep in Rusland waren doorgedrongen en het Rode Leger daarbij grote verliezen had geleden (de helft van de luchtmacht, 3000 vliegtuigen, was daarbij vernietigd) werd eerst de strijd om Moskou en daarna om Stalingrad een keerpunt met grote gevolgen.
Voor Moskou liep de Duitse stormloop in de winterkou vast zoals dat in 1812 met het leger van Napoleon gebeurd was. De Sovjets kregen de tijd om de productie van wapens en tanks enorm op te voeren en hun legers met miljoenen soldaten te versterken (De Duitsers hadden bij hun invasie naar schatting 4 miljoen Sovjet-soldaten gedood).
Een half jaar later, in augustus 1942, kregen de Duitse legers van Hitler bevel de stad Stalingrad, aan de Wolga, in te nemen. Een maandenlange hevige strijd ontbrandde, waarbij de stad vrijwel geheel verwoest werd. In oktober kon het Sovjetleger, onder bevel van generaal Zjoekov, de Duitse aanval eindelijk stuiten en in november werd geleidelijk het Duitse 6e leger, onder bevel van generaal Paulus, omsingeld en ingesloten. De vorst viel in, de Wolga vroor dicht en na nog eens tienduizenden doden aan beide kanten moest het Duitse leger zich begin februari gewonnen geven.
130.000 Duitse en Roemeense soldaten werden als krijgsgevangenen naar de Sovjet-Unie afgevoerd. Lopend door sneeuw en ijs naar de krijgsgevangenkampen stierven de meesten van de soldaten en officieren in lagere rang – die in hoger rang reisden met een trein. Dat het zesde leger was verslagen drong pas langzaam door tot het Duitse volk. Deze grote nederlaag werd het begin van het einde van Hitler-Duitsland.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de componist van de opera De barbier van Sevilla?


JUIST!NIET JUIST!

Gioacchino Rossini

verzuiling

Aanduiding voor het verschijnsel dat in Nederland tot in de jaren zestig het maatschappelijk-politieke leven werd geregeld door organisaties met verschillende ideologisch-levensbeschouwelijke opvattingen. Protestants-christelijke, Roomskatholieke, socialistische, algemeen humanistische. Zij werden 'zuilen' genoemd en omspanden bijna het hele leven: onderwijs, vakbond, media, politieke partij) en vrijetijdsbesteding. De term zuil duidt zowel op de bemoeienis van begin (onder) tot eind (boven) – van wieg tot graf – maar ook op het feit dat de zuilen samen het politieke gebouw droegen. Er was immers wel sprake van samenwerking en coalities tussen de verschillende organisaties. Vooral door secularisatie brokkelden de zuilen af.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. mektab
  2. dunya
  3. Psyche
  4. evenaar
  5. Thomas Kuhn
  6. paradigma
  7. structuralisme
  8. Afrodite
  9. ethiek
  10. podcast