Hongaarse opstand van 1956
De Hongaarse opstand vond plaats in oktober-november 1956. Het begon als vreedzame demonstratie van studenten in Boedapest tegen de Russische overheersing sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog maar liep al gauw uit op een demonstratie richting het parlementsgebouw waar tienduizenden zich bij aansloten. Op een plein in het centrum werd een standbeeld van Stalin omver getrokken, de eerste keer dat zoiets in de door het Sovjet-regiem bezette staten gebeurde. Het Hongaarse leger deelde wapens uit aan de opstandelingen. Die vielen daarmee de gebouwen van de geheime politie aan en drongen binnen in het parlementsgebouw. De Russische troepen die zich aanvankelijk uit de stad hadden teruggetrokken kregen bevel de opstand neer te slaan. Tegen de binnenrukkende tanks was men niet opgewassen al werden er tientallen met Molotovcocktails onschadelijk gemaakt. Ongeveer 2500 Hongaarse burgers verloren het leven. Veel Hongaren vluchtten naar het buitenland, ook naar Nederland.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
