Sticht

Complex van goederen en rechten, voornamelijk door Frankische en Duitse koningen geschonken aan de kerk en bisschop van Utrecht. In de Middeleeuwen bestond het uit het Nedersticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel, Drenthe met de stad Groningen). Vanaf ongeveer 1150 kregen de graven van Holland en Gelre er steeds meer invloed. In 1528 werd de keizer (Karel V) als wereldlijk heer van het Sticht erkend.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke componist schreef het muziekstuk Le Carnaval des Animaux?


JUIST!NIET JUIST!

Camille Saint-Saëns

retoriek

Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').