emigratie

In zijn nieuwjaarstoespraak voor de radio, op 1 januari 1950, zei minister-president Willem Drees onder meer: "…een deel van ons volk moet het aandurven zoals in vroeger eeuwen zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan in het eigen land". De regering moedigde het emigreren aan om de druk te verminderen van de bevolkingsgroei, deels ontstaan door de geboortegolf van na de oorlog, en van de heersende woningnood. Tussen 1946 en 1961 vertrokken een half miljoen Nederlanders waarvan 125.000 naar Australië, maar een derde daarvan kwam na enige tijd teleurgesteld en uit heimwee terug. Ook gingen velen naar Amerika, Canada, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika, vooral jonge boeren, al of niet met hun gezinnen.
De beelden van de uit Rotterdam vertrekkende afgeladen emigratieschepen staan in het geheugen gegrift van oudere Nederlanders.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.