Noordzeekanaal

Een oude wens om van Amsterdam rechtstreeks naar de Noordzee te kunnen varen werd in 1876 werkelijkheid met de opening van het 21 km. lange Noordzeekanaal. Vier jaar na de opening van de Nieuwe Waterweg van Rotterdam naar Hoek van Holland.
Een groot deel van dit kanaal kwam tot stand door inpoldering van het IJ en andere meren ten Westen van Amsterdam, waarbij hoge dijken aangelegd werden aan beide zijden van het kanaal. Het moeilijkste was de doorgraving van de duinen en de aanleg van de eerste zeesluis bij wat toen het dorp IJmuiden werd. Die doorgraving nam ruim tien jaar in beslag, alles met handwerk door duizenden weinig verdienende arbeiders en hun trekpaarden. Ook moest een sluis bij Schellingwoude worden gebouwd om het zoute zeewater uit de Zuiderzee tegen te kunnen houden: de Oranjesluizen. Tussen beide sluizen kon een constant hoog waterpeil in stand gehouden worden, mede dankzij de open verbinding met zijkanalen en ringvaarten.
In 1876 werd het kanaal feestelijk geopend door koning Willem III. Stoomsleepboten vervingen de jaagpaarden en de verbinding met de zee was teruggebracht van 75 tot 21 kilometer. Het is nog steeds goed zich te realiseren onder welke ontberingen de handarbeiders jarenlang en alleen met hulp van trekpaarden gezwoegd moeten hebben om dit kanaal, de Nieuwe Waterweg en het aan beiden voorafgaande Noordhollandsch kanaal tot stand te brengen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk dier wordt gezien als symbool voor wijsheid?


JUIST!NIET JUIST!

uil

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'